Bundel op komst (kan nog even duren ...)
Mijn oudste halfbroer
Voor Henk Jan G.
De gang naar Canossa, spitsroeden lopen, met het lood in de schoenen ... Welke gezegden je er maar voor kon bedenken, ze waren van kracht.
Gelukkig bood het ritje in de trein wat speelse afleiding; de vader had er een gewoonte van gemaakt de konijnen te tellen die hij onderweg zag. Altijd wel een paar. Die wisten hem even los te weken van het reisdoel: een gemiddeld nieuwbouwwijkje in het hart van Zuid-Holland waar hij zijn eerstgeborene weer onder ogen zou komen in zijn grijze jack van alledag. Zijn oudste zoon had zich nooit echt om hem bekommerd; een fles drank voor zijn verjaardag werd niet feestelijk in persona thuisbezorgd, maar moest hij zelf komen halen. Wie reist er een paar uur heen en weer voor een fles oude klare? Een liefhebbende vader, die zich vastklampt aan zijn zoon om hem niet opnieuw in de steek te hoeven laten, want tussen de konijnen door drong zich op het gerikketik van de rails het verleden op van de bij zijn eerste vrouw achtergelaten kinderschare en het daaruit voortgekomen schuldcomplex. Zijn uit te buiten zwakte.
Met die als altijd gemengde gevoelens meldde hij zich bij de voordeur in C. a/d IJ. Dit keer leek echter alles anders. De stem van zijn oudste zoon was gevoerd met fluweel, harde klanken werden met zorg vermeden, de uitgestoken hand leek ongewoon hartelijk. De vader voelde zich meer dan ooit welkom! Ook al stopte hij af en toe zijn vingers in zijn oren om zich af te sluiten voor de ketelmuziek van het leven, dit keer wenste hij ze goed te spitsen.
Hij was lang geleden gestopt met roken anders had zijn oudste zoon hem een door zijn ondernemerspartij gepropageerde bolknak aangeboden: zo'n kankerstok zonder eind en onmetelijk dik.
Het leek allemaal te mooi om waar te zijn. Had hij in een kermisattractie plaatsgenomen en was het wachten tot het wagentje over de kop zou gaan en hij voor het oog van de registrerende camera van zijn zoon omlaag zou tuimelen? De kamer leek van buiten komend rumoer te smoren. Er was de nodige moeite getroost om deze avond alles op zijn plek te laten vallen. Je kon het gerust een setting noemen.
Een beetje zoals in `The dead' van James Joyce de kerstavond voortglijdt met bescheiden oneffenheden, want toch vooral feestelijk bedoeld tot de man met de hamer je het verhaal uit mept.
De kleinkinderen passeerden de revue, de vakantiereis naar Barbados, het fotohandeltje dat floreerde. Toen kwam het gesprek op de nog af te lossen hypotheek. Het wagonnetje van de kermisattractie schokschouderde knarsend naar het hoogste punt en de oude man voelde het aan zijn water: hij was hier voor een door zijn zoon met precisie berekend doel. Vervolgens kwam de aap uit de mouw en stortte het karretje inderdaad in de diepte: of hij niet wat muntjes kon afschuiven.
Direct daarop kwam goed getimed de verzachtende apotheose van de slim uitgedokterde compositie in beeld: het logeerbed dat exclusief door de schoonvader beslapen werd en waarbij hij steeds achter het net viste, hij altijd laat in de avond moest afreizen via een station met een gedrogeerde bevolking. Hij had een aversie van de junkies die op Rotterdam CS de boel onveilig maakten. Dit keer was dat warm bed voor het eerst zijn deel met schone lakens die hij tot aan zijn kin mocht optrekken. Dat waar hij altijd naar verlangd had: een blijk van waardering en acceptatie door zijn oudste zoon. Hij wilde ervan genieten en deed dat ook een paar tellen tot het laken begon te schuren, de adder onder het gras zijn gif prijs begon te geven en dat zou blijven doen tot na het plichtmatig ontbijt van de volgende ochtend waar hij eigenlijk alles overdenkend al geen zin meer in had.
Voor de verandering maakte hij de terugreis eens bij daglicht, maar het voelde donkerder dan ooit. Hij probeerde de gedachte dat hij uitgemolken was in ruil voor een overnachting van zich af te schudden. Het tot schuim opgeklopte gif had op zijn lippen moeten staan vergezeld van een paar welgemeende grofheden, maar als altijd zorgden de konijnen voor de verzachtende afleiding: lang leve de konijnen. Verder dan een gefluisterd `sjoemelcaddie' verwijzend naar de golfhobby (quote van mijn oudste halfbroer zelf: hoe ouder de zak, hoe kleiner het balletje) van zijn zoon kwam hij niet. Verder wilde hij niet gaan, want hij zou hem eens voor het hoofd kunnen stoten.
Thuis werd hij ontvangen door zijn enig kind uit zijn tweede huwelijk dat zijn verhaal aanhoorde dat uitgesproken werd met het dikst denkbare brok in de keel.
En dat kind was ik.